Het break-evenpunt is het moment waarop je omzet precies hoog genoeg is om al je kosten te betalen. Je maakt dan nog geen winst, maar ook geen verlies. De berekening laat zien hoeveel omzet of hoeveel producten en diensten je minimaal nodig hebt.
Voor deze analyse kijk je naar drie kerngegevens: je vaste kosten, je variabele kosten en je verkoopprijs. Denk bij vaste kosten aan huur, salarissen en softwareabonnementen. Inkoop, verpakkingen, transactiekosten en transport zijn meestal variabele kosten.
Het break-evenpunt helpt je bij het bepalen van verkoopdoelen, begrotingen en prijzen. De uitkomst is waardevol als je start, maar ook wanneer je een nieuw product lanceert of je prijsstrategie aanpast. Lees meer over het break-evenpunt berekenen en krijg beter inzicht in je financiële planning.
Wat is het break-evenpunt en waarom is het belangrijk?
Het break-evenpunt is het moment waarop je totale omzet gelijk is aan je totale kosten. Je onderneming maakt op dat punt geen winst en geen verlies. Dit rekenkundige ijkpunt helpt je om realistische verkoopdoelen te bepalen.
Je kunt het break-evenpunt uitdrukken in verkochte eenheden, zoals producten, abonnementen, opdrachten of projecten. Je kunt het bedrag ook weergeven als omzet in euro’s. Dat is praktisch wanneer je verschillende producten of diensten aanbiedt.
De betekenis van het break-evenpunt
Onder het break-evenpunt is je omzet te laag om alle kosten te betalen. Je maakt dan verlies. Op het punt zelf is je resultaat nul. Boven dit punt ontstaat winst, zolang je prijs, kosten en verkoopvolume gelijk blijven.
Het break-evenpunt geeft geen garantie op winst. Het blijft afhankelijk van je verkoopprijs, kostenstructuur en afzet. Een prijswijziging of een andere productmix kan de uitkomst snel veranderen.
Het verschil tussen vaste en variabele kosten
Vaste kosten blijven binnen een bepaalde periode grotendeels gelijk. Het aantal verkopen heeft weinig invloed op deze kosten. Denk aan huur, vaste salarissen, verzekeringen, afschrijvingen, boekhoudkosten en zakelijke software.
Variabele kosten bewegen mee met je verkoopvolume. Voorbeelden zijn materialen, inkoop, verpakkingen, verkoopcommissies, transactiekosten en verzendkosten per bestelling. Meer verkopen leiden meestal tot hogere variabele kosten.
Sommige kosten hebben een gemengd karakter. Een telefoonabonnement kan een vast maandbedrag bevatten, met extra kosten per gebruik. Deel zulke kosten op in een vast en een variabel deel.
Koppel iedere kostenpost aan een vaste periode en aan het juiste product of de juiste dienst. Gebruik maandbedragen wanneer je een maandelijks break-evenpunt berekent. Btw neem je bij een bedrijfseconomische berekening meestal niet mee, omdat je die doorgaans int en afdraagt aan de Belastingdienst.
Een verkeerde indeling vertekent je uitkomst. Wanneer je variabele kosten als vaste kosten behandelt, lijkt het benodigde verkoopvolume niet realistisch. Controleer je kostenindeling bij iedere nieuwe berekening.
Wat je met de break-evenanalyse kunt bepalen
Met een break-evenanalyse bereken je hoeveel eenheden je minimaal moet verkopen om alle vaste en variabele kosten te dekken. Je kunt het benodigde bedrag aan omzet bepalen per maand, kwartaal of jaar.
Je kunt een gewenste winst in je planning verwerken. Tel die winst op bij de vaste kosten voordat je de berekening maakt. Zo ontstaat een omzetdoel dat beter past bij je financiële ambities.
De analyse laat zien wat een prijswijziging kan doen. Een hogere prijs vergroot vaak de marge per eenheid. Een lagere prijs vraagt meestal om meer verkoopvolume. Je kunt ook bekijken wat hogere vaste kosten betekenen, bijvoorbeeld door extra personeel, een groter pand of nieuwe apparatuur.
De berekening werkt met vereenvoudigde aannames. De verkoopprijs, variabele kostprijs en productmix worden vaak als stabiel gezien. Gebruik het break-evenpunt daarom als hulpmiddel bij scenario’s en financiële planning.
De formule voor het break-evenpunt in omzet en verkochte eenheden
Je kunt het break-evenpunt op twee manieren berekenen: in verkochte eenheden of in omzet. Bij één product of dienst met een vaste verkoopprijs is een berekening in eenheden meestal het duidelijkst. Verkoop je meerdere producten, zoals bij verkopen via bol.com, dan geeft een berekening in omzet vaak meer inzicht.
Gebruik voor het aantal producten of opdrachten deze formule:
Break-evenpunt in verkochte eenheden = vaste kosten ÷ (verkoopprijs per eenheid − variabele kosten per eenheid)
Het bedrag tussen haakjes is de contributiemarge per eenheid. Dit is wat er per verkoop overblijft na aftrek van de variabele kosten. Je gebruikt dit bedrag eerst om de vaste kosten te betalen. Wat daarna overblijft, is winst.
Wil je het break-evenpunt in omzet berekenen, gebruik dan deze formule:
Break-evenpunt in omzet = vaste kosten ÷ brutomargepercentage
Het brutomargepercentage laat zien welk deel van je omzet beschikbaar blijft na aftrek van de variabele kosten. In management accounting heet dit percentage vaak het contributiemargepercentage. Bij meerdere producten moet je uitgaan van de gemiddelde of verwachte marge en rekening houden met de productmix.
- Vaste kosten: €20.000
- Verkoopprijs per eenheid: €50
- Variabele kosten per eenheid: €30
- Contributiemarge: €50 − €30 = €20
Het break-evenpunt in eenheden is dan: €20.000 ÷ €20 = 1.000 verkochte eenheden. Het margepercentage bedraagt €20 ÷ €50 = 40%. Het break-evenpunt in omzet komt uit op €20.000 ÷ 40% = €50.000.
Komt de berekening uit op een decimaal getal, rond je naar boven af wanneer je hele producten of opdrachten bepaalt. Je kunt geen 1,4 product verkopen. In de praktijk heb je dan minimaal 2 eenheden nodig.
De formule wordt minder betrouwbaar wanneer verkoopprijzen, variabele kosten of de verhouding tussen producten sterk wisselen. Controleer je berekening bij prijswijzigingen, nieuwe kosten en een veranderende productmix.
Zo bereken je het break-evenpunt van je onderneming stap voor stap
Een betrouwbare berekening begint met duidelijke cijfers. Kies één periode, zoals een maand of een jaar. Werk voor alle bedragen met of zonder btw en houd die keuze vast. Voor een bedrijfseconomische analyse gebruik je meestal bedragen exclusief btw.
Breng je vaste bedrijfskosten in kaart
Maak een lijst van kosten die niet direct veranderen door het aantal verkopen. Denk aan huur, vaste lonen, verzekeringen, afschrijvingen, rente en boekhouding. Neem abonnementsprijzen voor software, telefoon, marketing en administratie mee.
Splits eenmalige investeringen van terugkerende kosten. Verwerk een investering niet volledig als maandlast. Gebruik de afschrijving of de financieringslast die bij jouw gekozen periode past.
- Werk met contractuele kosten en bekende premies.
- Neem verwachte loonkosten voor de volledige periode op.
- Controleer of elke post inclusief of exclusief btw is.
Een jaarberekening vraagt om realistische bedragen. Bij een seizoensbedrijf kun je per maand werken. Zo zie je beter wanneer de vaste lasten moeten worden betaald.
Bepaal de verkoopprijs en variabele kosten
Noteer de verkoopprijs per product, dienst, abonnement of opdracht. Vermeld duidelijk of de prijs inclusief of exclusief btw is. Gebruik een gemiddelde prijs wanneer je verschillende verkoopkanalen of tarieven hanteert.
Breng per verkochte eenheid de directe kosten in beeld. Dit zijn bijvoorbeeld inkoop, grondstoffen, verpakking, levering, transactiekosten en verkoopcommissie. Bij dienstverlening tellen directe uren en externe inhuur mee wanneer deze kosten stijgen met het aantal opdrachten.
Heb je alleen een totaalbedrag? Deel de totale variabele kosten door het verwachte aantal verkochte eenheden. Houd rekening met staffelkortingen, retouren, prijsverschillen en seizoensinvloeden. Deze factoren kunnen je gemiddelde kostprijs sterk veranderen.
Bereken de contributiemarge
De contributiemarge laat zien hoeveel iedere verkoop bijdraagt aan de vaste kosten. Gebruik deze formule:
Contributiemarge per eenheid = verkoopprijs per eenheid − variabele kosten per eenheid
Bij een verkoopprijs van €80 en variabele kosten van €50 is de marge €30 per eenheid. Het contributiemargepercentage is €30 ÷ €80 = 37,5%.
De vaste kosten deel je door de marge per eenheid. Zo bereken je het aantal producten of opdrachten dat nodig is om quitte te spelen. De formule is: vaste kosten ÷ contributiemarge per eenheid. Voor een berekening van winstgevendheid vind je extra uitleg in deze uitleg over projectwinst.
Een lage marge vraagt om aandacht. Bij een negatieve marge veroorzaakt iedere extra verkoop een verlies, nog voordat de vaste kosten zijn verwerkt. Bij meerdere producten gebruik je een gewogen gemiddelde marge op basis van je verwachte verkoopmix.
Interpreteer de uitkomst voor je verkoopdoelen
Vergelijk het berekende break-evenpunt met je verwachte verkoopvolume en omzet. Ligt je prognose lager, kijk dan naar je prijs, kosten, aanbod of verkoopdoel. Een kleine aanpassing per eenheid kan bij een groot volume veel verschil maken.
Vertaal een jaaruitkomst naar maand- of weekdoelen wanneer dat past bij je bedrijf. Deel het doel niet blind door twaalf. Seizoenspatronen kunnen zorgen voor rustige maanden en sterke verkoopperioden.
Voor een gewenste winst gebruik je deze berekening: (vaste kosten + gewenste winst) ÷ contributiemarge per eenheid. Houd kasstroom apart van boekhoudkundige winst. Investeringen, aflossingen en late klantbetalingen kunnen tijdelijk druk op je bankrekening geven.
Herzie je berekening bij wijzigingen in prijzen, leveranciers, lonen, huur, verkoopkanalen of assortiment. Zo blijven je verkoopdoelen aansluiten op de werkelijke situatie.
Het break-evenpunt gebruiken voor prijsbepaling en financiële planning
Je kunt het break-evenpunt gebruiken om verschillende prijzen te vergelijken. Bij een hogere verkoopprijs stijgt de contributiemarge per product meestal. Je hoeft dan minder eenheden te verkopen om quitte te spelen. Een prijsverlaging is alleen verstandig als het extra verkoopvolume de lagere marge compenseert. Bereken daarom vooraf hoeveel extra producten je moet verkopen.
Werk met meerdere scenario’s voor je financiële planning. Maak bijvoorbeeld een voorzichtig, realistisch en ambitieus scenario. Verwerk daarin stijgende kosten, een lagere vraag, hogere personeelskosten, een nieuwe huurprijs of extra marketinguitgaven. Neem het break-evenpunt op in je begroting en verkoopplan. Stel daarnaast een winstdoel en een veiligheidsmarge vast.
De veiligheidsmarge is het verschil tussen je verwachte omzet en je break-evenomzet. Een ruime marge geeft meer ruimte als de verkoop tegenvalt. Verkoop je meerdere producten, gebruik dan een verwachte verkoopmix. Een verschuiving van producten met een hoge marge naar producten met een lage marge kan je totale break-evenpunt verhogen, ook als de omzet gelijk blijft.
Combineer de analyse met een actuele liquiditeitsplanning. Het break-evenpunt houdt geen rekening met betaaltermijnen, btw-afdrachten, leningaflossingen of grote investeringen. Leg je aannames vast en controleer de berekening regelmatig met actuele verkoop- en kostengegevens. Zo blijft het break-evenpunt bruikbaar voor prijsbepaling, budgettering en groei.





