Welke cijfers bekijkt een bank bij bedrijfsfinanciering?

bedrijfsfinanciering

Een bank kijkt bij bedrijfsfinanciering verder dan alleen je omzet. De bank wil het volledige financiële beeld van je onderneming begrijpen. Belangrijk is vooral of je genoeg inkomsten en kasstromen hebt om rente en aflossingen op tijd te betalen.

Daarom beoordeelt de bank onder meer je omzet, omzetontwikkeling, brutomarge, bedrijfsresultaat en nettowinst. Ook cashflow, solvabiliteit, liquiditeit, bestaande schulden en betaalgedrag spelen een rol. Een actuele liquiditeitsplanning helpt om je kaspositie helder te tonen.

De beoordeling is gebaseerd op historische cijfers én op de verwachte ontwikkeling. Jaarrekeningen laten zien hoe je bedrijf heeft gepresteerd. Tussentijdse cijfers, cashflowprognoses en scenario’s geven inzicht in je huidige positie en toekomstige aflossingscapaciteit.

Welke gegevens nodig zijn, hangt af van het financieringsbedrag, de looptijd, je sector en de leeftijd van je bedrijf. Ook het doel telt mee. Voor een overname, werkkapitaal, investering of bedrijfspand kan de bank aanvullende informatie vragen.

Sterke cijfers vergroten de kans op goedkeuring, maar geven geen garantie. De bank kijkt ook naar klantafhankelijkheid, seizoensomzet, achterstallige betalingen en je financiële buffer. In dit artikel lees je welke cijfers en bedrijfsgegevens je goed voorbereidt voor een financieringsaanvraag.

Welke financiële cijfers bekijkt een bank bij bedrijfsfinanciering?

Een bank beoordeelt meer dan alleen je jaaromzet. De financiële cijfers laten zien hoe sterk je onderneming is, hoeveel ruimte er is voor een lening en welke risico’s de bank loopt. De beoordeling draait vooral om winst, cashflow, vermogen en bestaande schulden.

Omzet, omzetgroei en winstgevendheid

De bank bekijkt je omzetontwikkeling over meerdere boekjaren. Een stabiele of groeiende omzet kan wijzen op een vaste vraag naar je producten of diensten. Sterke schommelingen vragen om een heldere uitleg.

Omzet zegt niet alles. Een hoge omzet kan samengaan met lage marges, hoge kosten of weinig geld op de bank. Daarom kijkt de bank naar de brutomarge, bedrijfskosten, EBITDA, het bedrijfsresultaat en de nettowinst.

Winstgevendheid laat zien of je onderneming na inkoop, personeel, huisvesting, belastingen, rente en andere kosten genoeg resultaat overhoudt. Omzetgroei telt pas echt mee als je die groei financieel kunt dragen.

Snelle groei vraagt vaak om extra werkkapitaal. Je hebt mogelijk meer voorraad nodig. Klanten betalen soms later en je investeert misschien in personeel, machines of software. Deze uitgaven kunnen de kasstroom tijdelijk onder druk zetten.

De bank vergelijkt prognoses met gerealiseerde resultaten. Zijn eerdere verwachtingen vaker niet gehaald? Dan kan de bank vragen om een toelichting en een aangepaste prognose. Beschrijf bij tegenvallende cijfers de oorzaak, de genomen maatregelen en het effect op toekomstige resultaten.

De kwaliteit van je omzet speelt mee. Terugkerende inkomsten uit langdurige contracten geven meestal meer voorspelbaarheid dan losse opdrachten. Een grote afhankelijkheid van één klant kan het risico verhogen.

Cashflow en beschikbare aflossingscapaciteit

Cashflow laat zien hoeveel geld je onderneming werkelijk ontvangt en uitgeeft. Winst en cashflow zijn niet hetzelfde. Je kunt winst maken terwijl klanten nog niet hebben betaald, voorraad veel geld vastzet of een investering je rekening belast.

De bank wil weten of je structureel genoeg kasstroom genereert voor bestaande én nieuwe rente- en aflossingsverplichtingen. Dit heet de aflossingscapaciteit of debt service capacity.

Bij deze beoordeling kijkt de bank naar:

  • ontvangsten van klanten;
  • betalingen aan leveranciers;
  • personeelskosten en belastingen;
  • huur, rente en investeringen;
  • aflossingen op bestaande leningen.

Debiteurenbeheer en betalingstermijnen hebben veel invloed. Zit er lange tijd tussen factureren en ontvangen? Dan kan je financieringsbehoefte stijgen, zelfs bij een positieve omzet en winst.

Een bank kan vragen om een liquiditeitsprognose per maand. Daarin staan verwachte ontvangsten, uitgaven, pieken, dalen en het laagste kassaldo. De bank kan zo zien wanneer extra ruimte nodig is.

De beoordeling kan verschillende scenario’s bevatten. Denk aan een lagere omzet, hogere kosten, vertraagde betalingen of een stijgende rente. Een financiële buffer maakt je onderneming beter bestand tegen zulke situaties.

Leg duidelijk uit waarvoor je de financiering gebruikt. Bij een investering in machines, voorraad of personeel wil de bank weten wanneer deze uitgave geld gaat opleveren. De verwachte kasstromen moeten passen bij de looptijd van de financiering.

Solvabiliteit, liquiditeit en schulden

Solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen je eigen vermogen en het totale vermogen. Een hogere solvabiliteit wijst meestal op een grotere financiële buffer en minder afhankelijkheid van vreemd vermogen.

De bank bekijkt het eigen vermogen op de balans. De kwaliteit ervan telt mee. Opgebouwde reserves en ingehouden winsten versterken je positie. Verliezen en hoge privéonttrekkingen verlagen het eigen vermogen.

Liquiditeit gaat over het betalen van kortlopende verplichtingen. De bank kijkt naar banktegoeden, openstaande vorderingen, voorraad en kortlopende schulden. Je moet leveranciers, personeel en de Belastingdienst op tijd kunnen betalen.

Voorraad en openstaande facturen leveren niet altijd direct geld op. Een hoge voorraad kan moeilijk verkoopbaar zijn. Debiteuren kunnen laat betalen of lastig te innen zijn.

De bank brengt je bestaande verplichtingen in kaart. Het gaat om zakelijke leningen, rekening-courantkredieten, lease, factoring, leverancierskrediet en andere schulden. Deze lasten verminderen de ruimte voor een nieuwe financiering.

Ratio’s zoals solvabiliteit, current ratio en debt service coverage ratio helpen bij de beoordeling. De normen verschillen per bank, sector, onderneming en financieringsproduct.

Een lage solvabiliteit leidt niet automatisch tot een afwijzing. De bank kan wel een lager bedrag aanbieden, extra zekerheden vragen of een hogere rente rekenen. De verhouding tussen eigen vermogen, cashflow, schulden en zekerheden bepaalt hoeveel financiële ruimte je onderneming heeft.

Hoe beoordeelt de bank je financiële risico en betaalgedrag?

Een bank kijkt verder dan omzet, winst en schulden. Zij beoordeelt het totale risicoprofiel van je onderneming. De sector, concurrentie, marktontwikkeling en het bedrijfsmodel spelen hierbij een rol.

De bank let op je klantenbestand en op afhankelijkheden. Een onderneming met één grote klant loopt meer risico bij klantverlies. Afhankelijkheid van één leverancier of een belangrijke medewerker kan de continuïteit van je bedrijf verzwakken.

Je betaalgedrag laat zien hoe je financiële verplichtingen nakomt. De bank kan letten op betalingsachterstanden, incassomeldingen, ongeoorloofde overschrijdingen en teruggestuurde automatische incasso’s. Structureel gebruik van de rekening-courant kan wijzen op een tekort aan werkkapitaal.

  • betalingen aan leveranciers en kredietverstrekkers;
  • achterstanden bij de Belastingdienst;
  • mutaties op zakelijke rekeningen;
  • registraties bij kredietbeoordelaars zoals Graydon en Creditsafe.

Voor de beoordeling gebruikt de bank eigen rekeninggegevens, jaarrekeningen, handelsregistergegevens en openbare bedrijfsinformatie. Bij een financieringsaanvraag kunnen belastingaangiften, debiteurenlijsten en kasstroomprognoses worden gevraagd.

Bij een eenmanszaak of vennootschap onder firma zijn zakelijke en privéfinanciën sterk met elkaar verbonden. Persoonlijke leningen en registraties kunnen dan meetellen. Bij een besloten vennootschap beoordeelt de bank de onderneming apart. Een persoonlijke borgstelling of extra zekerheid blijft mogelijk.

Veel banken vragen om zekerheid bij een zakelijke lening. Dat kan bestaan uit verpanding van voorraad, inventaris, debiteuren of zakelijke rekeningen. Een hypotheekrecht op bedrijfsvastgoed of een borgstelling behoort eveneens tot de mogelijkheden. Het financieringsbedrag en je risicoprofiel bepalen welke zekerheid nodig is.

Een ordelijke administratie geeft vertrouwen. Zorg dat je jaarcijfers aansluiten op je aangiften en dat belastingaangiften op tijd worden ingediend. Achterstanden bij leveranciers, de Belastingdienst of andere financiers verhogen het waargenomen risico.

De reden van je aanvraag telt mee. Een investering met een helder rendement en een realistisch aflossingsplan is goed te beoordelen. Een aanvraag om structurele verliezen te betalen vraagt om een sterk herstelplan.

Verberg negatieve ontwikkelingen niet. Licht een tijdelijke omzetdaling, klantverlies of betalingsachterstand open toe. Beschrijf welke maatregelen je neemt, wanneer herstel wordt verwacht en hoe je de kasstroom bewaakt. Met een betere kredietwaardigheid maak je de financiële positie inzichtelijker.

Transparante communicatie, consistente cijfers en maandelijkse rapportages helpen bij het kredietgesprek. Een actuele kasstroomprognose laat zien of je onderneming structureel kan aflossen. Zekerheden, kredietverzekering via Atradius of Euler Hermes en tijdige betalingen kunnen het risico verder beperken.

Welke bedrijfsgegevens heb je nodig voor een financieringsaanvraag?

Een bank vraagt meestal om jaarrekeningen van de laatste twee of drie boekjaren. Ook recente tussentijdse cijfers, een balans, een winst-en-verliesrekening, belastingaangiften en actuele bankafschriften horen vaak bij de aanvraag. Voeg daarnaast je KvK-gegevens, rechtsvorm, oprichtingsdatum, bestuurders, aandeelhouders, vestigingslocaties, personeelsbestand en belangrijkste activiteiten toe.

Start je een onderneming, dan ontbreken historische jaarrekeningen meestal. Een sterk ondernemingsplan is dan extra belangrijk. Neem daarin een omzet- en kostenprognose, liquiditeitsbegroting, investeringsbegroting en je eigen inbreng op. Leg ook uit waarvoor je het geld gebruikt, welk bedrag je nodig hebt, welke looptijd past en hoe je de lening terugbetaalt. Offertes, koopovereenkomsten en een duidelijke financieringsaanvraag maken dit plan beter controleerbaar.

Werk je financieringsplan uit met de totale investering, je eigen middelen, het aangevraagde bedrag en andere financieringsbronnen. Informatie over klanten en contracten helpt de bank om je toekomstige omzet te beoordelen. Vermeld daarom terugkerende opdrachten, de orderportefeuille, contractduur, omzetverdeling en eventuele afhankelijkheid van enkele grote klanten.

Geef ook een volledig overzicht van bestaande leningen, leasecontracten, betalingsregelingen, zekerheden en verplichtingen buiten de balans. Licht opvallende cijfers toe, zoals omzetdaling, verlies, hoge debiteuren, groeiende voorraad of negatief eigen vermogen. Beschrijf de oorzaak en je maatregelen. Lever alle stukken actueel en consistent aan, controleer je cashflow en bepaal vooraf je echte financieringsbehoefte. Een concreet terugbetalingsplan geeft de bank sneller inzicht in je financiële positie.